Tucht college voor de scheepvaart

Uitspraak 

Pagina 11 

Krap is nooit gezegd!

Op het moment van de aanvaring ,zie kompasroos

Rood is Jyden ,Paars is Celina , zie ook de bandopname vid op pagina 1 van de veroordeling.

 

 

 

 

 De juistheid van de door de Inspecteur gepresenteerde positiegegevens           ( schrijft het Tuchtcollege voor de scheepvaart hier boven)

 

En betwist hij(dat ben ik) ook meer in het algemeen de juistheid van de door de Inspecteur gepresenteerde positiegegevens en gemaakte berekeningen, Kijk  nu onder naar het verzoekschrift wat de inspecteur zegt.

Dit nu schrijft hierboven de Tuchtcollege voor de scheepvaart in de veroordeling

 

Wat hier nou boven staat ,en hier onder loopt recht tegen elkaar in

laatste zin boven :Reden waarom daar aan voorbij wordt gegaan

 

 

I.LT  (inspecteur ) heeft in een verzoekschrift aan de Tuchtcollege voor de scheepvaart een valse verklaring ingediend .


Zij schrijft beschouwing op verantwoordelijkheden.


De kapitein heeft recht voor de aanloop van IJmuiden, midden op het vaarwater, rondjes gevaren, alsof hij niet wist waar hij was en niet wist waar hij mee bezig was.


Door bovenstaande heeft de kapitein zichzelf, zijn zoon zijn hulp(dhr. Snijder),12 passagiers en de Celina ernstig in gevaar gebracht. Bovendien hebben zowel de Jyden als de Celina hierdoor schade opgelopen.
Dit staat op pagina 7 van  15 juni 2019 in het verzoekschrift aan het Tuchtcollege voor de scheepvaart.


Op 28 juli 2019 schrijft zij in haar repliek,( 43 dagen later in repliek)op mijn verweerschrift aan het Tuchtcollege voor de scheepvaart.


In het verzoekschrift heb ik op 2 manieren geschreven dat de kapitein rondjes heeft gevaren voor de pieren van IJmuiden, te weten in: 


Bevindingen naar aanleiding van de radarbeelden
        De Jyden blijft ongeveer op 1 plek een beetje rondjes draaien
Beschouwingen op de verantwoordelijkheden en het bezwaar
          De kapitein heeft recht voor de aanloop van IJmuiden, midden op het vaarwater, rondjes gevaren, alsof hij niet wist waar hij was en niet wist waar hij mee bezig was; Deze beschrijving is ten onrechte door mij gedaan! maaaaar, komt dan in het proces met een heel ander verhaal!

 

Mijn antwoordt hierop; Ten onrechte ben ik hier door de Tuchtcollege voor de scheepvaart toch veroordeeld.

 

Hier onder een andere uitspraak van de Tuchtcollege voor de scheepvaart.

Word gezegd ,De Celina betreft heeft een vaste koers gevaren .En redelijke wijs verwacht mag worden, dat de Jyden die niet zou Kruisen

Dus hij komt(coaster Celina) van bakboord in varen van de Jyden en moet volgens de Z.A.R (artikel 19)uitwijken voor een schip dat  bij hem van stuurboord komt, dan hoeft hij zeker volgens de Tuchtcollege voor de scheepvaart, geen maatregelen te nemen om uit te wijken.

Conclusie  van het Tuchtcollege voor de scheepvaart: Dat als je een vaste koers vaart je er van uit gaat dat de schepen Redelijkerwijs jouw koers niet kruisen.

 

Ook zegt het Tuchtcollege voor de scheepvaart dat ik zijn snelheid(10 mijl) met potdichte mist, onvoldoende  had onderbouwd.

Ik zeg :En dat moet die kapitein, de loods, de stuurman en het Tuchtcollege voor de scheepvaart ook op de zeevaartschool geleerd hebben.

 

Als de Celina 2 graden zuidelijker opgestuurd zou hebben ,dan had hij makkelijk tot 6 mijl zijn snelheid kunnen reduceren.

art; 19 Z.A.R . 

Conclusie; Tuchtcollege voor de scheepvaart: als je een vaste koers vaart ,dat je dan redelijke wijs mag verwachten dat het andere schip jouw koers niet gaat kruisen. (Als die van stuurboord in komt) 

Dit staat hier onder in de veroordeling geschreven!

 

Deze beschrijving op de uitspraak van de Tuchtcollege voor de scheepvaart hierboven is toch een hamvraag!

De scheepvaartwet komt hierbij met zulke beweringen in slecht weer te zitten ,of het college.

Het doen en laten van de betrokkene staat centraal.

Dus mijn schip Total los gevaren, bijna onderste boven gevaren ,dan treft  volgens de Tuchtcollege voor de scheepvaart de andere partij geen onderzoek waard.

Tuchtcollege geeft hierbij aan dat je redelijkerwijs niet mag kruisen.

IK kruis hem niet, De Celina rampt mij half van achteren aan op bakboord zijde en drukt mij door over de brug van het schip te varen bijna onder water,

De beelden geven aan dat de Jyden in de draai op 67 graden ligt op het moment van de aanvaring!

Zie ook reconstructie

 

Tot slot de Celina vaart door zonder aandacht of hulp te verlenen, hij vervolgd zijn weg gaat door de sluis naar zijn bestemming in Amsterdam. Er is geen melding gemaakt door de verkeerstoren IJmuiden om de Celina aan te houden in de sluis voor een controle en de vraag gesteld, waarom hij geen assistentie gegeven had.(hulp)

Bij een aanvaring of andere calamiteiten is de verkeerstoren verplicht om dit direct door te geven O/A waterpolitie ,reddingsboot en Rijkswaterstaat.

 

 

 

De Celina rampt de Jyden met 10 mijl en als de aanvaring is geweest kan hij wel met 6 mijl naar binnen varen.

Dit word doodgemoedereerd in het verzoekschrift mede gedeeld (Hierboven)

Hierboven staat duidelijk dat de Celina is doorgevaren en geen hulp op het moment van de aanvaring heeft gedaan.

Hij heeft zijn weg vervolgd en heeft de Jyden op dat moment van deze zware aanvaring laten barsten. Dit is misdaad

Daarbij komt ook nog dat de verkeersleiding ,nadat hij in de sluis lag ,geen onderzoek of controle heeft gedaan!

word vervolgd

Hierboven het moment  van de aanvaring ,dit is de track van mijn kaart plotter,hieruit kan men ook waarnemen dat de aanvaring bezuiden de lichtenlijn heeft plaatsgevonden.

Ook kan men hier op waarnemen (in de track)dat er geen rondjes zijn gedraaid of dat ik in westelijke richting de coaster Celina zou hebben aangevaren.

Vraag aan de tegenpartij de I.L.T ,en andere instanties die hier een indirect contact  mee hebben in deze procedure, bij het College van beroep om hierbij aanwezig te zijn ,uiteraard met hun verklaringen!

Dit zijn dus de I.L. inspecteur en haar collega 

Het hoofd van de verkeerstoren de heer Babel

De waterpolitie 

De loods de heer Pisa

De experts de heren J.Rotgans en H.Bakker

En het Tuchtcollege voor de scheepvaart.

De heer de Jong van de A.S.R 

 

 

Men praat wel eens over klasse justitie, zelf denk ik dat dit nog een tandje hoger staat in deze procedure!

Er word ook dat ik mijn pleidooi en in mijn verweer het onvoldoende had onderbouwt en veroordeeld.

Mijn conclusie : schijnbaar is de werkwijze in deze zaken zo,dat voldoende bebouwing met leugens word beloond